Op subtiel niveau stroomt alles
Dit is het uitgangspunt van flexdenken. In lijn met Heraclitus, van wie de uitspraak is: 'panta rhei' (alles stroomt). Maar, zo dacht ik, toen ik hierop uitkwam: als verandering constant is, waarom hebben we er dan moeite mee? Waarom schieten we in de verontwaardiging als dingen anders lopen dan verwacht? Waarom laten we die verwachting niet even makkelijk los als dat we hem verzinnen? 
Alles stroomt, maar soms lijken onze gedachten juist niet te stromen. Onze gedachten lijken zich te herhalen, naar hetzelfde punt toe te keren, vast te lopen. Waarom? We nemen een kijkje in onze hersenen, om dit te duiden. Te beginnen met een vraag:
Wat is de hoofdstad van Noorwegen? Geef het foute antwoord...
In feite kunnen we alles zeggen. Maar de grap is dat we een patroon laden, namelijk de topografische kaart en in eerste instantie blijven we binnen dat patroon foute antwoorden zoeken. Waarschijnlijk denk je aan Amsterdam of Londen, Stockholm of Berlijn? Dit zijn de antwoorden die ik tijdens lezingen altijd als eerste terug krijg. Of dacht je gelijk aan stoel, rood, paard, prullenbak?
Onze hersenen zijn goed te vergelijken met een wegennetwerk
Ons brein is opgebouwd uit tientallen miljarden neuronen. Een neuron is een zenuwcel. Neuronen vormen synapsen, dat wil zeggen verbindingen en zo ontstaan netwerken. Of, met andere woorden, patronen. 
Netwerken die we veel gebruiken zijn door herhaling diep ingesleten. Zoals een rivier in zijn eigen bedding blijft, zo blijft een neurologische verbinding bij voorkeur in de baan die er ligt. Dit principe is goed te vergelijken met een wegennetwerk. Netwerken, of patronen, die we veel gebruiken zijn als snelwegen. Een voorbeeld van een snelweg is onze moedertaal:
Vlognes een oznrdeeok op een Eglnese uvinretsiet mkaat het neit uit in wlkee vloogdre de ltteers in een wrood saatn, het einge wat blegnaijrk is, is dat de eretse en de ltaatse ltteer op de jiuutse patals saatn. De rset van de ltteers mgoen wllikueirg gpletaast wdoren en je knut vrelvogens gwoeon lzeen wat er saatt. Dit kmot odmat we niet ekle ltteer op zcih lzeen maar het wrood als gheeel
Hier zien we hoe geraffineerd het principe van patroonvorming is! 
En ook hoe flexibel we eigenlijk met spelling om kunnen gaan... 
Testje: kruis je armen over elkaar en wissel van kant 
Waarschijnlijk voelt dit heel oncomfortabel. Motorisch maken we namelijk evengoed patronen aan. Iedereen heeft een voorkeurskant. Dit is in feite onze herhaalkant. We ervaren comfort in herhaling. Dankzij herhaling kunnen we een patroon steeds sneller (en dus met minder inspanning) laden. Een nuttig mechanisme! 
Maar dit mechanisme heeft wel een valkuil. Om die te ervaren vraag ik je de volgende twee oefeningen op te lossen: maak van de 6 een 7 en van de 9 een 6. Het enige wat je mag doen is een lijn toevoegen aan de cijfers die er staan. De cijfers zelf mogen niet worden verandert of verplaatst. 
De eerste is makkelijk niet waar?
Een hint voor de 9 naar 6 is dat de lijn niet recht hoeft te zijn. Er zijn trouwens twee mogelijke oplossingen. 
Er zijn altijd mogelijkheden, ook als we ze niet (direct) zien
Soms vormen bestaande patronen onze eigen beperking. Wanneer we de oplossing niet zien binnen het patroon dat we laden hebben we de oprechte sensatie dat de oplossing niet bestaat. 'Dit kan niet' ervaren we dan. Misschien is dat precies de sensatie die je nu ervaart. Ik liep in ieder geval vast in deze puzzel. Een laatste hint is dat je de romeinse cijfers maar beter los kunt laten... ok, en nu stoppen met lezen want hier komen de oplossingen:1x6 en SIX. 
Aha! Simpel hè!

Wat denk je hiervan?

Back to Top